Waar verwarring over het ‘waartoe’ toe kan leiden

“Het lastige gesprek wordt veel nog te weinig gevoerd.” Aldus, vrij vertaald, Doekle Terpstra tijdens een symposium over goed toezicht en bestuur, vorige week dinsdag. ING-dinsdag. In de krant ging het direct over de positie van Hamers en falend toezicht. Het onderliggende vraagstuk kreeg echter veel minder aandacht. Want waartoe is ING eigenlijk op aard? En wie gaat daarover?

Als het aan Hamers ligt, wordt ING een van de meest innovatieve fin-tech-bedrijven. Gericht op de dienstverlening aan de klant. Commercieel gedreven.

Vanuit overheidsperspectief is ING ook een systeembank met als maatschappelijke taak het voorkomen van witwaspraktijken. Zo’n taak is niet vanzelf integraal onderdeel van een fin-tech-ambitie. Begrijpelijkerwijs wordt dat dan eerder een lastig verplicht nummer. De reactie van Hamers in het NOS-journaal liet dat goed zien. Hij zei wat hij moest zeggen. Weinig doorleefd.

In NRC richtten geïnterviewde commissarissen zich vooral op de aandeelhouders-thermometer. Zolang die maar niet koortsig worden.

Deze verschillen laten zien hoe hard het nodig is ‘het lastige gesprek’ te voeren. Over het ‘waartoe’ van de bank. Over wie dat bepaalt. Met consequente en consistente keuzes als beoogd resultaat. Dat voorkomt verwarring.

(Beeld: NRC)