Over de ontvankelijkheid van bestuurders voor een nieuw, prikkelend geluid – FD

Je zou bijna gaan denken dat ik een maandelijkse column heb in het FD. In werkelijkheid stuit ik regelmatig op voorstellen, die nog onvoldoende zijn doordacht. En dan moet je wel reageren, als je gedreven wordt door betere besluitvorming. Het begint immers bij bewustwording.

Nu schreef ik over de paradox van de ‘speciale functionaris’. In het oorspronkelijke stuk gaat het over de ‘behavioral risk officer’ . Maar je kent zelf vast ook andere voorbeelden, zoals de kwaliteitsmanager, de veiligheidsadviseur of een diversiteitsofficer.

De reflex binnen organisaties om voor een bepaald doel iemand aan te stellen met de bijbehorende kennis is begrijpelijk. Maar bereik je daarmee ook je doel? Hoe voorkom je dat onbedoelde neveneffecten de regie gaan overnemen.

De ontvankelijkheid van een organisatie voor een nieuw, prikkelend geluid wordt in belangrijke mate bepaald door de samenstelling van de top. Hoe diverser het gezelschap, hoe groter de kans op een open houding. En op daadwerkelijk effect.

Zo lang dat nog niet het geval is lopen veel speciale functionarissen het risico de onvoldoende gehoorde probleemeigenaar te worden. En dat helpt niemand verder.